L.S. Twee negatieve gevolgen, eindeloos verbeeldt in de humor van "Dilbert" en "The Office", van de "stoelendans der managers" zijn de het gebrek aan waardering voor de bekwaamheid van de ondergeschikte en de noodzaak om opdrachtgevers hapklare brokken te voeren. Het laatste lijkt de teneur van het hoofdartikel over de NFI in de NRC wetenschapsbijlage van 24 september jl.: het bewijs is te moeilijk voor justitie. Die stelling is triviaal. Wetenschappers weten dat de waarheid ploeteren blijft. Daarvoor is het noodzakelijk in de wetenschappelijke arena te treden, en de bewijsvoering bloot te stellen aan kritiek. In Nederland onttrekt het forensisch onderzoek zich aan deze basisregel van de wetenschap. De belangrijkste affiliatie van het NFI lijkt de Hogeschool Rijswijk te zijn. De Hogeschool mag dan wel aspiraties hebben, maar een wetenschapsarena is het zeker niet. Het Pieter Baan Centrum lijkt is ook te bedienen van hun speciale status om zich te onttrekken aan openbaarheid en kritiek. In veel westerse landen zijn de forensische wetenschappen een academisch vak, met een eigen afdeling in de "Faculty of Science". In Nederland hebben alleen geneeskunde, sociologie en psychologie een voet binnen de deur bij justitie. Het gevolg is een leger doctorandussen die dossiers doorlichten en rapporten-met-histogrammen maken, geschikt voor de meesters in het recht, en politici. De botsing tussen dergelijke leerboekenkennis en wetenschap werd ook al duidelijk door de kans-analyse in de zaak van Lucy de B., uitvoerig bericht in een NRC wetenschapsbijlage van een tijdje geleden. De gerechtelijke macht ging toen voor het gemakkelijke verhaal met de onwaarschijnlijke kans. Op het gebied van de exacte wetenschap lijkt het NFI zich hoofdzakelijk bezig te houden met het lezen van FBI rapporten en het aankopen van "speurderkits" met kleurenfolders en gebruiksaanwijzingen. Forensisch onderzoeker is in Nederland een promotiepad binnen politie. Het zou een goede zaak zijn om de ervaring van de straat te mengen met een dosis kennis, en alternatieven voor de geijkte methoden. Een mooi voorbeeld, hoe het ook kan, is de "meloen-test" van de natuurkundige Luis Alvarez, die daarmee aantoonde dat er sprake was van terugslag, en niet een tweede kogel, van voren, in het hoofd van J.F. Kennedy. Maar Dr. Alvarez zou niet bij deze zaak betrokken zijn als de bewijsvoering niet openbaar was geweest. Met vriendelijke groeten, Norbert Ligterink (Dr.) Enschede