Uppsala, 16 nov 1990 Op een zonnige avond in augustus reed er een trein Uppsala binnen. Allemaal zonnige mensen in dunne kleding, en ik dacht: hier kan ik leven. De zon verwarmde de voorgevel van het station en die van mij. Plotseling was ik in de schaduw, en toen ik mijn ogen open deed, zei een gezicht pal voor mij:"Are you Robet en Nobet ?" Hij bracht mij naar een groot gebouw, pal naast een groot kerkhof. Hij bracht mij naar een kamer en zei, wijzend op een stoel:"There you sit", en wijzend op de tafel:"There you write". "Tomorrow you bring pen and you bring paper and you work". Een goed staatsburger als ik ben, de volgende morgen zat ik daar met mijn pen en mijn papier: 1+1=2; (^p)*(^q)=^(pvq); poppetje bloemetje. 's Avonds kwam er een andere man: "Go home, eat, sleep, try talking to a nice girl, and come tomorrow and work". En zo was het, het leven begon. Als een goed levensvorm, ondekte ik als je het woord op de lijst buiten met het laagste getal erachter, 'n bee'tj'n ploat utsproak, je een bord eten onder je neus kreeg. Maar elke regel heeft zijn uitzonderingen: "No, we haven't slaughtered Maria Karlsson yet". Slapen was geen probleem, sluit uw ogen, waan uzelf in Nederland en de rest gaat vanzelf. Maar een nice girl, de regen kletterde al dagenlang neder, de straten waren ledig en nat, op de wolwoes na; die in mijn catalogus niet onder het kopje nice girl vallen. Nice girl, mice grill, mice girl, nice mice, girl grill, lice mice, girl lice. De volgende morgen zat ik daar weer, en deed dat volgens mij werk was: poppetje, integraaltje, boekje, en toen het tijd was om te vertrekken kwam de man en zei: "Go home, eat, sleep, and enjoy Swedish customs, and come back tomorrow and work". Van Zweedse gewoontes genieten, dat is geen probleem, dat is aanvaard sociaal-maatschappelijk gedrag, ook wel nadoen genoemd. Mij maakt het niet uit dat je tegen mij aan stond te praten, Lars. Ik weet wel dat je dronken was, ik weet wel dat je niet wist dat ik geen Zweeds kon. Maar ik had het hart niet om je het te vertellen, je scheen zo vol vuur. Maar ik geloof niet dat het uitgemaakt had, als ik je wel had verstaan. We are meant to meet never again. Sorry, Annika, dat ik je bril van je hoofd heb geslagen. Maar de dansvloer was zo vol en de muziek zo belachelijk, dat ik niet wist waar ik mijn armen laten moest. You looked so angry. Weet je, Anders, het is natuurlijk geen opzet geweest dat ik tijdens de lunch de erwtensoep EN de pannekoeken EN de mosterd EN de jam, over je nette, nieuwe, modieuze, en waarschijnlijk ook wel dure jasje, heb gegooid. Maar het is altijd overal zo druk, zo vol, en zo onhandig, dat het wel een keer moest gebeuren. En wat beter dan met jou en mij; jij een te geciviliseerde student met je eigen rokkostuum, om een scene te maken, en ik te onhandig, te buitenlands om een scene tegen te maken. But I do am being sorry. Ach, Maria, ik weet niet waarom ik naar jou keek. De band speelde te luid om te praten en te slecht om ze in verlegenheid te brengen met aandacht, wat anders is er te doen; de rij voor de bar was te lang, de avond te jong om te vertrekken. Daarom keek ik rond naar al die jonge mensen, druk bezig met uit te gaan. Ik weet het; uitgaan is een kunst. Het zal zeker wel wat tijd hebben gekost om aan te kleden en je haar te doen, en wat een energie; lachen, draaien, serieus knikken. Maar je deed in ieder geval mij een plezier. Maar toen keek je op recht in mijn gezicht, en ik weer naar mijn lege glas; dat al zeker een uur geen vocht meer heeft bevat. I forgot what you looked like. En de volgende dag was daar weer het grote gebouw naast het grote kerkhof. Ik zat op de stoel, met papier op tafel, de pen in mijn hand, en ik werkte. Even leunde ik naar achteren, dat is toegestaan. De lage zon scheen door het raam. Ik voelde me gelukkig, en ik kon niet helpen, dat ik moest glimlachen, en ook dat is toegestaan. Nobet Ligterinh P.S. De titel is untitled. _______________________________________________________________________________